E.E. Cummings

TOEN GOD BESLOOT

toen god besloot te verzinnen
alles ademde hij een
teug groter dan een circustent
en zo vond alles zijn begin

toen de mens besloot te vernietigen
zichzelf onttrok hij het waren
aan zullen en vond slechts waarom
dus flikkerde hij het in omdat

Cummings, E.E.: Selected poems 1923-1958.
London 1960, p. 60

◄║►

IK BEN EEN KLEINE KERK

ik ben een kleine kerk (geen grote kathedraal)
ver van de praal en misere van haastige steden
– ik tob niet wanneer korte dagen nog korter worden,
ik treur niet als zon en regen april verwekken

mijn leven is het leven van maaier en zaaier;
mijn gebeden zijn de gebeden van de aarde zelf, haar omslachtig strevende
(winnende en verliezende en lachende en huilende) kinderen
die met hun minste pijn of vreugde mij bedrukken of verblijden

rondom mij gutst een wonder van onophoudelijke
geboorte en glans en dood en herrijzenis:
boven mijn slapend zelf zweven vlammende symbolen
van hoop, en ik ontwaak in de volmaakte verdraagzaamheid van gebergte

ik ben een kleine kerk (ver van de krankzinnige
wereld met zijn lusten en kwelling) één met de natuur
– ik tob niet als langere nachten nog langer worden
ik treur niet wanneer het stille verandert in gezang

van winter op lente richt ik mijn onbeduidende spits
naar Hem Wiens enige nu is voorgoed:
rechtop staand in de doodloze waarheid van Zijn aanwezigheid
(groetend bescheiden Zijn licht en waardig Zijn duister)

Cummings, E.E.: Selected poems 1923-1958.
London 1960, p. 91

◄║►

IN DE LENTE

in

de Lente komt (geen
mens
vraagt naar zijn naam)

een reparateur
van dingen

met onstuimige
vingers (met
geduldige
ogen) her

-nieuw-

en herstellen wat
wij al
-licht zouden
hebben weg-

gegooid (en wiens

water
-sprankelende bloem-
zachte vogel
-rappe stem liefheeft

kinderen
en zonlicht en

gebergte) in april (maar
mocht hij
Glimlachen) komt wie

niemand zal kennen

Cummings, E.E. (ed.: Firmage, G.J.):
Complete Poems, 1904-1962. New York 2016, p. 701

◄║►

DAT WAAR WIJ DIE ONDANKS SPIEGELS LEVEN

dat waar wij die ondanks spiegels leven
(zijn gestorven na de klok) wij, van onszelf

meer deel uitmakend (minder wie gewaar is)

dan van mijn boeken zelfs jouw planken zouden kunnen
(dat waar wij voor sterven; niet wanneer of tenzij
indien of als bewijs, gebrekkig of vanwege

maar via spontane vaardige louter gruwelen

door sterren wellicht niet bemerkt; terwijl rozen huiveren)
dat waar wij voor sterven leeft (eindeloos wellicht dit
zicht met zachte waakzame onverwoestbare ogen
op elk exact slachtoffer, hoe hij zich niet verroert)

O lief, mijn lief! ziel geboeid en hart gewekt
en de geest springt (en dat waarvoor wij sterven leeft
even volledig als dat waarvoor wij leven sterft)

Cummings, E.E. (ed.: Firmage, G.J.):
Complete Poems, 1904-1962. New York 2016, p. 412

◄║►

OP EEN WINTERMIDDAG

op een wintermiddag

(rond het magisch uur
als zo wordt hoezo)

overhandigde een spikkelversierde
clown op eighth street
mij een bloem.

Niemand, kan men gerust
stellen, keek naar hem behalve

ikzelf; en waarom? omdat

hij zonder enige twijfel iets
was (aanvankelijk en uiteindelijk) wat

meestemensen het meeste vrezen:
een mysterie waarvoor geen ander woord
mij is bekend dan levend

– dat wil zeggen, volledig in aandacht
en wonderlijk soeverein

met niet enkel een geest en een hart

maar onmiskenbaar een ziel –
in geen enkel opzicht doodleuk lachwekkend

(of vergelijkbaar democratisch)
maar diepgaand poëtisch
of van een toverachtige ernst

een bekwame geen grove clown
(geen gespuis, maar een persoonlijkheid)

zonder ooit enig woord te spreken

het tegendeel van sprakeloos;
want de stilte van hem

zelf zong als een vogel.
Meestemensen naar men zegt
schreeuwen om internationale

maatregelen voor rationalisatie van de hel
– ik dank de hemel dat iemand dwaas genoeg is
mij een madelief te geven

Wegner, Robert E. C.: The Poetry and Prose of E.E. Cummings
Harcourt 1965, P. 39

◄║►

OMHOOG IN DE STILTE DE GROENE

omhoog de stilte in de groene
stilte met daarin een witte aarde

zul jij (kus me) gaan

naar buiten de ochtend in de jonge
ochtend met daarin een warme wereld

(kus me) zul je gaan

verder het zonlicht in het klare
zonlicht met daarin een krachtige dag

zul je gaan (kus me

omlaag je herinnering in en
een herinnering en herinnering

ik) kus me (zal gaan)

Wegner, Robert E. C.: The Poetry and Prose of E.E. Cummings
Harcourt 1965, P. 53

◄║►