De geschiedenis van waarheid (W.H. Auden)

In een toen waar leven gelijkstond aan geloven,
was waarheid van het vele betrouwbaars het hoogst,
meer basaal, meer aanwezig, dan een gevleugelde leeuw,
een vissenstaarthond of adelaarskopvis, en
laagst nog wij stervelingen, wier dood argwaan wekt.

Waarheid stond model voor het dagelijks bouwen
aan een wereld van dingen die men blijvend gelooft,
zonder te geloven dat kruiken en verhalen,
zuilen en gezang, waar of onwaar zouden zijn:
waarheid voldeed al om waar te zijn.

Dezer dagen waar, praktisch als papierservies,
waarheid wordt vertaald in kilowatt,
moderniseren we dit ambacht tot anti-model,
een onware kreet die elk kind kan weerleggen,
een niets waarvan niemand het bestaan hoeft te geloven.


The History of Truth

In that ago when being was believing
Truth was the most of many credibles
More first, more always, than a bat-winged lion,
A fish-tailed dog or eagle-headed fish,
The least like mortals, doubted by their deaths.


Truth was their model as they strove to build
A world of lasting objects to believe in,
Without believing earthenware and legend,
Archway and song, were truthful or untruthful:
The Truth was there already to be true.


This while when, practical like paper dishes,
Truth is convertible to kilo-watts,
Our last to do by is an anti-model,
Some untruth anyone can give the lie to,
A nothing no one need believe is there.

Bron: Auden, W. H.: Collected Poems. London 2007, p. 608
FOTO: BBC
Bron: Vertalingen/Divers

◄║►

Op een wintermiddag (E.E. Cummings)

Clown Slava Polunin

op een wintermiddag

(rond het magisch uur
als zo wordt hoezo)

overhandigde een spikkelversierde
clown op eighth street
mij een bloem.

Niemand, kan men gerust
stellen, keek naar hem behalve

ikzelf; en waarom? omdat

hij zonder enige twijfel iets
was (aanvankelijk en uiteindelijk) wat

meestemensen het meeste vrezen:
een mysterie waarvoor geen ander woord
mij is bekend dan levend

– dat wil zeggen, volledig in aandacht
en wonderlijk soeverein

met niet enkel een geest en een hart

maar onmiskenbaar een ziel –
in geen enkel opzicht doodleuk lachwekkend

(of vergelijkbaar democratisch)
maar diepgaand poëtisch
of van een toverachtige ernst

een bekwame geen grove clown
(geen gespuis, maar een persoonlijkheid)

zonder ooit enig woord te spreken

het tegendeel van sprakeloos;
want de stilte van hem

zelf zong als een vogel.
Meestemensen naar men zegt
schreeuwen om internationale

maatregelen voor rationalisatie van de hel
– ik dank de hemel dat iemand dwaas genoeg is
mij een madelief te geven

Bron: Wegner, Robert E. C.: The poetry and prose of E.E. Cummings
Harcourt 1965, P. 39
Foto: Cown Slava Polunin

Bron: Vertalingen/E.E.Cummings

◄║►

Brom

De levenszon leert
zacht ons te stralen
zachter steeds
minder onachtzaam
steeds dieper doordrongen

terwijl feitelijkheden
elk opnieuw tonen
de voor- en achterzijde
van hun kleefkunst
neigend dreigend bedrieglijk

schilferen betrouwbare vlokken
uit de vergane huid van
mijn oude leraar
zodat biologisch achterhaald
mij zijn geur alsnog bereikt

vreemd hoe de dagen
vluchtig verbeeld
vervagen zich sluiten
de ogen en wissen
voltallig belang

afscheid is toescheid
wist jij verrassend mij
het lied van vervulling
te zingen dat ademdansend
oceanisch wij delen

zachtjes in en om
en door mij bromt
jouw vreugdeskracht
verwarmend het majestueuze
hart dat wij zijn.

Uit: Dharmium/Smeltspel

◄║►