Ongekend Hunkeren

VISIE OP HAAR SCHOONHEID

Levenslust in sterrenglans
en glimlach van verlichting
zo ontstaat een pukkeltje

kijk iemand danst onwennig
om de dag dat god haar
vol vertrouwen licht gaf.

◄║►

HUNKEREN

In dagen van voedzame stilte
bloeit haar ongevormde geest
op volle lentekracht

haar jeugd neemt me de adem
leven is door licht bewogen liefde
en alles koestert zich hierin

dit hunkeren doet geen pijn
voor wie deelt steeds dorstiger
haar vuur-ontgonnen herkomst.

◄║►

HAAR WEZEN

Ordeloos lijkt haar wezen
maar dagelijks voedt zij
zich met eenheid

dan flonkert het juweel
waaruit haar ogen zingen
wentelliederen van geluk

o zij behoort aan niemand
maar ieder lijden wordt gelest
ook de onverwachtste wanen

ontneemt zij zacht hun werking
opdat elke vermeende eigenaar
zich ongemerkt gewonnen geeft.

◄║►

VERSCHIJNSELEN

Vóór de visie
hoe weinig gedreven
blijft elke plant een bijproduct

tijdens de wenteling
ontsloten de stroom
worden alle bomen melkweg

na aankomst
gestaag overschrijdend
gutst sap door allemans oog.

◄║►

WORDING

Het vage bed dat ons ontving
kent vele vormen van
ontwijken alles argwaan

gekneveld zoek je
zegening in nachtzoen
omzichtig

maar goed er groeit
iets wordt genoemd
hoe kenbaar wil je zijn

uit niets
treedt iemand aan
die jou weet tijdloos

broos wennen aan
het onbekende maakt
ons telkens anders

geen keus op vreemd
terrein vraagt ieder
keerpunt eenvoud

“Als alle leven groeien is
heer toon ons dan
de richting” zingt het

waarop een blauwe wolk of
was het toch de oude steen
zich lachend geeft:

“Er heerse eendracht
rusten in je kern is
wild bewogen worden.”

◄║►

HET ENE

Het ene heerst
over leven en dood
het bindt wat opgaat
lost wat scheidt

het ene vervormt alle vormen
ook ik word zo herschapen van
het ene zijn wij kind en verwekker
buikklank grondtoon hemelzang

het ene laat zich niet bevragen
door wie innigst wordt verwoord
geef je over en wees stil
verga krachtig.

◄║►

KRAAIEROEP

Door de ochtendnevel
krast een kraai

onverbiddelijk
dit leven.

◄║►

DIERBAAR

Het goede morgen zeggen
liefste mis ik wel het meest
nu wij het licht alleen begroeten

uit nachtzang wenken ijle handen
ons de dag in als drijfzand
beadem jij mijn geest.

◄║►

GROET

Is dit niet juist
wat wij delen pure
leerschool van pijn

wetend dat
liefde waart door
onze minste vormen.

◄║►

Nestdauw

WATERVAL

Twee druppels vallend
tot beleving gespleten water

flonkeren wij
de lome stroom tegemoet.

◄║►

BEGIN

Elk begin is puur geschenk maar dit
ontstaan is zegen zonder voorbehoud

in jouw verblijf huist zoveel schoonheid
dat ik verga van overvloed

zie de ochtend loutert met zijn dauw
de plek waar wij ons raakten

ik hoor lief hoe het koffiekopje
neuriet in jouw vingers.

◄║►

RITUEEL

Heilig lijf in overgave streelt
slaap haar huid tot lokzang

een okselkus tilt ons weefsel
gewichtloos hemelwaarts.

◄║►

KRACHT

Hart dat lofzingt
stemt uit eenheid
oog neemt waar
en weet zich zicht

hand die trilt
van overgave
is gods adem
in jouw licht.

◄║►

Tijdzang

GLIJVLUCHT

Jij:voordat we deze reis ondernemen,
moet je mij tot leven zingen.
Ik:beloof me dat ik sterven mag
alvorens wij op weg gaan.

JIJ

Geen dag dat ik je niet gedenk
steeds zoekt huid huid ten prooi
maar raakt het hart onbeantwoord

dus adem ik me los in luchtklank
en dank god dat jij je mededeelt
in goudgeur steevast ongevraagd.

◄║►

GEDOGEN

Blik weg van vooruitzicht
loze rechten op wat werd

in wat jij bent en baart
zich altijd nestelt

kracht die splijtend ons
vereent tot leeflicht

gedoog kind dat
moeizaam zo zichzelve kent

niets wordt hier gedeeld
dat niet delend thuishoort.

◄║►

TELEGRAM

Jij die snel en ver je ankers werpt
ontstemde serenades zingt de zee

zeg of dit ademwaken jou ontbindt
van de niet te stelpen stroom

die roeiers machteloos laat sterven
hun hart niet in het reine.

◄║►

OVERVLOED

Jou lossen is me vestigen centraler
waar asrotatie het sterkst vibreert
manoeuvreert dit stille zinken zich
tot steevast feestend werkverkeer.

◄║►

HIËRARCHIE

Het is niet anders het
universum laat zich niet verlakken
sla dus pennen in de grond
en bid om koord opdat
de stem ontbroken zich hore

zo groot kan geen mond zijn
keelgat borst of torso
voorbeeldig dient klank geleid
draagkracht gekoesterd
want leegte wil jou nodigen

naar waakzang
reiken miljarden vingers
de ene geest weet zich gekend
niemand zal wenen
roerloos gericht.

◄║►

Voeling

BEVREUGDING

vaders grafschrift (14 okt. 1992)

Liefde’s lijden
verlost
van overdaad

bevrijd
verwijlt de ziel
in vrede.

◄║►

AANSPRAAK

De aarzeling om u te zeggen
zet me op een bezeten spoor
van verlangen naar helder zicht

in het ene overvloedige wonder
dat ik voldoende wil leren missen
om u te mogen spreken als

schenker van de eerste adem
denker van de werelddroom heer
die voelbaar woelt in dit vruchteloos dolen.

◄║►

WENTELDANS

Zeldzame lachbekdolfijn
duikt golft wentelt
rond de dwelm
van haar wezen

waar liefde’s monding
links hem noodt
stuwt rechts een
zalig ogend licht

alles overschreden nu
parelt blindelings
hij midden in haar
warme waterschap.

◄║►

ZETEL

Zetel vervoert
het lijf in ruste

geest schept
klaar gemak

stille zang
van harte ruim

vergeeft
alle gezelschap.

◄║►

MENSEN

Mensen geloven in sprookjes
dromen zijn hun klein heelal

intussen
woedt schepping.

◄║►

TOESCHEID

Toegang
laat zelfs afscheid toe

liefde voedt ons
jij en ik

ontmoet zijn wij
gelukkig.

◄║►

UITZICHT

Na eeuwen afloop
opent zich over de
niet langer bezielde zaal
imposant het schuifdak

hoor de liefdevolle
stem eindelijk
kom je delen engel
het teder verdwijnspel.

◄║►

WAKKER

O liefste schoonheid
daagt zo traag

nachttij de wereld
ratelt op objecten

warm welt hierbinnen
zielelicht jij

wakkert me
tijdloos.

◄║►

BRONNEKLAAR

God eent de eenzaamheid
van tweedrachts weefsel.

◄║►

Leefbron

WONDERLIJK

Werking stamt recht van de bron
alles trilt in vloed van kracht

verbijsterend het onvermogen
jou te delen in die pracht.

◄║►

OPDRACHT

Belang en baat verteerd
liefdesspel te leen

hervat het oude weten
eigenheid begint bij een.

◄║►

STILTE

Geur gelost in onmacht
zijnsgehalte nauw verdund

genees jij brandblaar
van ontheemding.

◄║►

GESCHIEDENIS

Bevestigd bemind bewonderd
jij vorstin

ontslagen ontmand ontdaan
ik godsgezant

vergeten verschoond verlicht
wij kinderen.

◄║►

LESLY’S LOF

Zij zag liefde al in de wijze
waarop een auto kwam

op tafel geurde de salade
uit haar keuken zacht naar leed

wij brachten haar een lied
in fraai gesmede samenzang maar

als een vlinderende bruiloftsdracht
beweende zij haar droom.

◄║►

INWIJDING

Volmaakt hemels vreugdevol
en onaantastbaar echt

een is wat wij waren
en altijd zullen zijn

neem mij af
jouw proeve van ontbinding

geen demon zal mij vinden
geen mens die me misleidt

bereid ben ik uit onmacht
op te gaan in ondergang

want een is wat wij waren
en altijd zullen zijn.

◄║►

GEDAANTE

Indachtig de stem van steen
daal ik in de warme adem
doorstraald van hemellicht

als de oever mij ontvalt
gaat in levend wiegekleed
het ene lichaam waden.

◄║►

EENSPRONG

Ik word begroet
als geboren
wat zich dacht
zaadcel van almacht.

◄║►

Liefdes Opdracht

AVONDLIJKE LANDWEG

Niets dat zo de ruimte vult
niets waarin ik zozeer oplos
als de aanblik van jouw wezen
de warme werking van je huid
in smetteloze tast

geen taal die onze klank spreekt
geen kunst mengt zulke kleuren
en geleerde noch handelaar
bevroedt de grenzeloze rijkdom
van geurgeheim

niemand heeft hier weet behalve
ongeboren engelen
verwaarloosde speelgoedbeesten
en vreemde korenkabouters die allen
zich tegoed doen aan ons dansen

welkom of vaarwel hier
laat alles vreugde zijn
om liefde die vertrouwen schenkt
om vrijheid die de harten loutert
het ene licht dat allen aldoor laaft.

◄║►

KOMST

Als de nacht gevallen is
verschijnt aan de horizon
het godenkind

haar glimlach tilt zich
in mijn armen
ongekend

word ik onbekend
volstrekt
onkenbaar uit haar schoot

klinkt
blijven zal ik niet
mijn buik weigert te wenen

lichtend nachtgoud doet haar
uitgeleide
voorgoed godenkind

naar oord van aanvang
en ik sprakeloos
leer onbestemd verwijlen.

◄║►

OCHTENDLIED

De heer zo groot schept droom en daad
en wekt ook mij tot leven
al is bloeiwijs van zijn wens
en stroomt in louter geven

lijf geschonken schenk ik u
dit weefsel dienstbaar aan wat dringt
verwaarloosd reikt mijn hartsoog u
zijn schamelste verbijstering

huis gewijd ik loof het u
als oord van licht en kleur en zang
werk ontvangen bied ik u
als gift voor allemans belang

lief ontmoet leen ik van u
in vreugdevol vereren terwijl
nuchter vult uw eigenheid
mijn bodemloos ontberen

zo vestig ik mij in uw aandacht
adem in dit ene licht
waar hart en geest ontwaren leeg
uw levend aangezicht.

◄║►

VREUGDES AANVANG

Ik koester jouw juwelen hart
je reine huid die pracht spreidt
warmte in je gouden handen
zegen zegen van je stem

bedank elk onbetreden pad
het zonlicht in ons groeien
vogelvriendenvreugdebrengers
heel gods weidse ademruim

hier opent zich mijn levenslust
voor ieder kwetsbaar wezen
ten diepste delend in dit schoons
wens ik mij prijsgegeven.

◄║►

DELEN

Liefde vraagt liefste
om niets anders
haar gulheid schenkt
ons overgave

vervuld ben ik
niets liever
dan uitzichtloos
ontheemd in jou.

◄║►