Brom

De levenszon leert
zacht ons te stralen
zachter steeds
minder onachtzaam
steeds dieper doordrongen

terwijl feitelijkheden
elk opnieuw tonen
de voor- en achterzijde
van hun kleefkunst
neigend dreigend bedrieglijk

schilferen betrouwbare vlokken
uit de vergane huid van
mijn oude leraar
zodat biologisch achterhaald
mij zijn geur alsnog bereikt

vreemd hoe de dagen
vluchtig verbeeld
vervagen zich sluiten
de ogen en wissen
voltallig belang

afscheid is toescheid
wist jij verrassend mij
het lied van vervulling
te zingen dat ademdansend
oceanisch wij delen

zachtjes in en om
en door mij bromt
jouw vreugdeskracht
verwarmend het majestueuze
hart dat wij zijn.

Uit: Dharmium/Smeltspel

◄║►