Van waarde

Jij eeuwigheidsoog ziet
en zag me nooit vergeefs
moeiteloos vernam jij van
mijn existentieel gestommel

terwijl jouw glans verjongt
zich op bevreugdende afroep tot
steun te zijn ieder mens
grondig behoed en bemoedigd

of berooid en verslagen zoals
dit nietig restje waardigheid
onlangs zonk op het wit fluweel
van een archaïsche vulkaanvloer

waar boeddha’s kolken en
in rauw beleven bevrijdend
lichaam op lichaam niemand
ontzien, beseffend

de strenge bries die laat janken
jonge pelgrims om hun falende
toegang en de loze weelde van
prematuur bejubeld gedroom

bleek ook ik zo’n dolende vlok
zoon van mythisch sliertenvolk
gelokt door etherische beloften
van echtheid – ons allen

beweegt hardnekkig schurend
eelt van misvatting en onmacht
omdat uit grondiger opdracht jij
oog, weigert vliesloos je te tonen

leid op zijn minst in kosmisch welkom
ons alvast door je toetsingstraject
met zijn kansrijke toevlucht
en eindeloos veeleisender visie

opdat ooit jouw vredige hartstocht
blijvend geneest het geestbezwendelend
wondvlees en nooit immenser zich
een mens meer waardeert.

Uit de reeks: oersteen/barstens


◄║►

Energie (Gerrit Achterberg)

foto van gerrit achterberg
Gerrit Achterberg, 1905-1962

Het vuur, waarin gij nu verkeert,
verwarmt mijn voeten, ik bezin
mij op het feit hoe onverteerd
gij nu geworden zijt tot in
uwe verkolingen, hoe on-
ophoudelijk deze reis begon
door de stofwisseling — en zal
kleiner dan een bekend getal
uw wezen zijn of groter dan
de som van alle, uw bestaan
is onuitwisbaar in de brand
der wereld die de and’re kant
van ademhalen is, de mens
verlaat zichzelf tot aan zijn grens
en wordt zijn eigen energie,
zonder te weten wat of wie
hij voedsel werd en levensbron,
maar in dit zingen slaat gij om
en gij vergeestelijkt tot vorm,
die triomfeert over de worm.

Bron: Achterberg, Gerrit: Verzamelde gedichten. Amsterdam 1967, p. 463
Foto: Wikipedia

◄║►

Groet

Gesluimerd leven na leven
in de verborgen weelde van
sappigste wijsheidsboom

toont haar bevrijdend
wasemen nu mij voorzichtig
die gevaarlijke illusiestruik.

Uit de reeks: oersteen/bebodemd

◄║►

Zorgvuldig onderzoekend (W. Bronk)

foto van william bronk
William Bronk, 1918-1999

Of het klopt is waarom ik ernaar kijk.
Naar iets daar. Dat daar. Alsof het er was.
Dat jij het was. Een jij is gewenst. Jij daar.
“O”, zou ik zeggen, “jij daar,” (als jij er was)
“weet jij hoe het bestaat?” wil ik zeggen
hoe. Zou jou dat vertellen. Als het klopte,
klopte voor jou, als jij er was, en zou zeggen,
“O, het bestaat niet zoals wij het zeggen,
zo niet. O, nee; zulk bestaan bestaat niet.”

Bron: Vertalingen / William Bronk
Foto: Talisman
Meer van William Bronk:
Vertalingen / William Bronk – reeks

◄║►

Falend een nieuwe wereld te ontwerpen

Als je het een falen wilt noemen, is het de geest
lijkt me, die faalt, maar wat een woord. Hij faalt
door te slagen. Een slinkse triomf. De geest bespiedt
zichzelf en ziet zijn schuilhoeken,
zijn veinzing en vermomming, zijn kwetsbare kant.
Hij verslaat zichzelf steevast bij boter-kaas-en-eieren.
Echt waar, hij wint niet. De kracht van de geest
is slechts dat de geest het beter weet. En altijd weer.
De geest wéét dat dit de maakbare wereld is.
Maar in het hart leeft hoop. Wil je dit het hart noemen?
Onverzadigd verlangen. De visies die het waarneemt
– nog neemt het visies waar – zijn niet tweeslachtig als de geest
(of gewogen en weggezet) maar eenpuntig. En wat
als die visies, in vele gevallen, contouren krijgen
van menselijke vorm, een deel ervan, een been
wellicht, een paar ogen? Wat visie zeker weet te zien
is een geheel nieuwe wereld, een verregaand betere,
of volmaakte, in de vorm van verlangen. Het hart gelooft,
en komt weer terug en gelooft opnieuw; het moet geloven
zolang verlangen heerst. Verdwenen, dooft de bedoeling.
Zou het soms het hart kunnen zijn, als je dit het hart wilt noemen
dat de geest leert te kijken naar wat komt, achterom
te kijken, te doen wat het hart nooit zou kunnen
uit zichzelf, niet te geloven in visies, niet te geloven?

Bron: Vertalingen / William Bronk
Meer van William Bronk: Vertalingen / William Bronk – reeks

◄║►

Het masker dat de drager van het masker draagt

Ja, kijk naar mij; ik ben het masker dat het draagt,
alsook dat wat zich binnen het masker bevindt.
Niets ongemaskerd dan dit. Dit ieder masker.

Het masker valt weg en niets gaat verloren.
Er is enkel de maskermens, de zelfbewuste,
de enkel bewuste, bewust van enkel het zelf.

Wakker, droomt het: is ieder personage;
is altijd meer; is nooit enkel dat.
Het overweegt; toetst elk vormenmasker.

Elk is niets. Elk is niet wat is.
Maar dat het moet zijn. Dat het moet lijken te zijn.
Dat het niet meer is dan dit, en toch er moet zijn.

En dat het oog heeft voor alles, gunnend oogt,
liefdevol oogt, langdurig oog heeft, voor wat er is.


The Mask the Wearer of the Mask Wears

Yes, look at me; I am the mask it wears,
as much am that which is within the mask.
Nothing not mask but that. That every mask.

The mask will fall away and nothing lost.
There is only the mask-wearer, the self-aware,
the only aware, aware of only the self.

Awake, it dreams: is every character;
is always more; is never only that.
It contemplates; tries any mask of shape.

Any is nothing. Any is not what is.
But that it should be. That it should seem to be.
That it be no more than that, and yet should be
.

And that it turn to look, look favorably,
look lovingly, look long, on what there is.

Gedicht van William Bronk
Bron: Vertalingen / William Bronk
Meer van William Bronk: William Bronk – reeks

Origineel in:
Weinfield, Henry: The Music of Thought in the Poetry of George Oppen and William Bronk. Iowa 2009, p. 143

◄║►

Briefje

De dood is overvloed
ruimte om te dwarrelen
gedragen maar lichtjes
te landen op schouders die
lijden aan huidhars

ogen ontheemd en
handen versleten voor
aankomst al vallen stil
de voeten van vermoeid
starende pelgrims

drijf jouw hart door
bloedbanen van beleving
naar een enkele druppel
waarheid toe te dienen
waar verdwazing kleeft

wij doden ons zorgsgewijs
en onzeker elkaar belastend
door vreugdeloos te vergeten
hoe vitaal ons doorstroomt
oudste kloppendheid

laat de wereld van wrakhout
jou serveren een edeler vlot
zodat kanalen gaan vonken
diep en hoog van vurige volheid
cultuurdwang kalmerend

wie materie teelt ontmoet
destructie dus vier
jouw voorraad vorstengoud
voldoende om te bevruchten
je woeste bodembron.

Uit de reeks: oersteen/bebodemd
Opgenomen in de audio-serie Vuurvocht

◄║►